Alle berichten door Gale Boetticher

Libertarische blogger.

Fascinerend: slechts vijf landen zijn nooit door Europa gekoloniseerd

Alleen Liberia, Thailand, Japan en de Korea’s zijn nooit gekoloniseerd door Europa. Alle andere landen in de wereld zijn ooit kolonies of in ieder geval in de invloedssfeer van Europa geweest.

Dat betekent niet dat deze landen helemaal niet gekoloniseerd zijn. Zo zijn Japan en Zuid-Korea sinds de Tweede Wereldoorlog vazalstaten van de VS.

image
Klik op de kaart voor een uitvergroting.

Bron: Vox.com

Advertenties

Het ‘succes’ van humanitaire interventie

Door Ratio

We leven in een zorgzame wereld. Er komen geregeld coalities van landen bijeen die een zwakke broedernatie bijstaan. Zo heeft de internationale gemeenschap uit solidariteit onder meer Afghanistan, Irak en Libië bijgestaan. Het doel van dit ingrijpen is een vreedzame stabiele samenleving te helpen scheppen. Een land waar het goed toeven is voor de eigen inwoners en de buitenlandse bezoekers.

Een mooie maatstaf voor het succes van dit ingrijpen zijn de reisadviezen van het ministerie van buitenlandse zaken. Groen is veilig en rood betekent dat het een no-go zone is. Ik deel met u het succes van een decennium ingrijpen in Afghanistan:

Afghanistan

image

Het reisadvies geeft een bloedrood beeld, het dringende advies is niet te reizen. Het volgende is een letterlijke aanhaling van de site van het ministerie van Buza:

Niet reizen

Reis niet naar Afghanistan. Er is een accuut ontvoeringsrisico in heel Afghanistan, vooral in Kabul. Reis zo min mogelijk binnen Afghanistan en wees uitermate voorzichtig.

Regelmatig onrust, geweld en aanslagen

Het is in heel Afghanistan onrustig en onveilig. Vrijwel dagelijks zijn er aanslagen en gewapende incidenten. Daarbij vallen gewonden en doden. De strijdende partijen zijn politie, leger, de Taliban en andere terreurbewegingen. De aanslagen zijn gericht tegen de regering van Afghanistan, maar ook tegen Westerse doelen.

Irak

Wellicht is het internationale ingrijpen in Irak wel een succesverhaal. Er is zelfs een herkansing geweest om de schoonheidsfoutjes van een eerder ingrijpen weg te poetsen. Laten we eens kijken wat het reisadvies is:

image

Ziet er iets beter uit…. Hele advies alhier. Het ministerie van Buza over de donkergele en bloedrode kleurencode:

Oranje: Alleen noodzakelijke reizen

Door ernstige veiligheidsrisico’s in dit land of gebied kunnen voor reizigers gevaarlijke situaties ontstaan. Daarom adviseert het ministerie van Buitenlandse Zaken u om alleen als dat echt noodzakelijk is naar dit gebied te reizen. Als u besluit toch af te reizen, bereid u dan zeer goed voor.

Rood: Niet reizen

Door zeer ernstige veiligheidsrisico’s in dit land of gebied kan voor reizigers een levensbedreigende situatie ontstaan, zoals een oorlogssituatie. Daarom adviseert het ministerie van Buitenlandse Zaken om hier niet heen te reizen. 

Libië

Laat er dan één succesverhaal zijn van internationaal ingrijpen. Laten we naar Libië gaan. Het zal toch niet zo zijn dat het ingrijpen overal een fiasco is geworden en we hedendaagse no-go landen hebben geschapen?

image

Het ministerie meldt:

De laatste ontwikkelingen

Er is een toename van gevechten tussen verschillende groepen rond de hoofdstad Tripoli. Ook elders in het land laaien gevechten op. Het ministerie van Buitenlandse Zaken adviseert u niet te reizen naar Libië. Verblijft u in Libië? Verlaat dan het land.

Conclusie

Het is lastig te argumenteren dat het internationale ingrijpen een succes is. In plaats van no-go areas zijn er “no-go states” geschapen. Het proces van natievorming is niet van de grond gekomen, de uitkomst van het internationale ingrijpen zijn naties die moeite hebben hun rechtsstelsel te effectueren. De natuurlijke hulpbronnen van deze landen kunnen slechts met grote moeite worden ontwikkeld. De kosten van militair ingrijpen zijn hoog, de vruchten wrang en zuur.

Toch blijven naties oproepen tot ingrijpen. Ondanks al het falen. Dit betekent dat we ofwel de overheden als uiterst naïef moeten zien. Ofwel dat er andere belangen spelen, die opwegen tegen het vernietigen van samenlevingen als die van Irak en Libië. Zouden overheden dermate harteloos en calculerend kunnen zijn dat ze keer op keer landen de vernieling in helpen? En is de lokale bevolking minder dan een pion op het schaakveld der grotere belangen? Of ben je dan een doorgeschoten complotdenker? En is iedere vorm van ingrijpen te prefereren boven niets doen?

Je moet schipperen tussen de klippen van het naïef volgen van de mainstream media, en het moeras van te ver doorschietende complotdenkers. Ik wens u daarin veel wijsheid.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Vrijspreker.nl onder de titel ‘We hebben vrede gebracht…’.

Overheid en kunst- en cultuursubsidies gaan niet samen

Door Pim Pauwels

Er is een tendens binnen Nederland dat de kunst- en cultuursector niet op haar eigen benen kan staan. Dat is een probleem, omdat deze sector volgens dit sentiment cruciaal is voor het voortbestaan van de Nederlandse beschaving. Daarom zou de overheid kunstzinnige talenten en instituties moeten ondersteunen door middel van een vergoeding. Met deze vergoeding stelt de overheid dat er een vaste definitie bestaat wat kunst en cultuur is. Een subsidie maakt namelijk onderscheid tussen degenen die een vergoeding ontvangen, de zogenaamde kunstzinnige talenten, en degenen die niet in aanmerking komen voor een vergoeding, de kitsch. Door uit te gaan van een vaste definitie van kunst en cultuur gaat de overheid voorbij aan het idee van de kunst en cultuur.

Wat kunst en cultuur is, is nooit objectief vast te stellen. Dat blijkt wel uit het feit dat smaken verschillen en door de tijd veranderen. Echter gaat de overheid wel degelijk uit van een vaste definitie. De overheid bepaalt namelijk wat wel en wat niet onder de noemer kunst of cultuur valt. Hiermee breekt de overheid de kunstzinnige sector af, omdat deze sector staat of valt met eigenzinnige mensen die iets maken dat zich afscheidt van de dominante kunstcultuur.

Subsidies gaan echter in de meeste gevallen naar deze eigenzinnige, op opzichzelfstaande kunstenaars, die het hoofd niet boven water kunnen houden in de kunstzinnige markt. Dat lijkt op het eerste gezicht een goede ontwikkeling. Zwakkeren moeten door de overheid beschermd worden. Toch is dit weggegooid geld. Wanneer deze ‘zwakkeren’ ondersteund worden, stelt de overheid dat er kunst bestaat die weinig vragers kent. Niet alleen bepaalt de overheid ook hier wat wel en wat niet kunst is, belangrijker is dat het ‘kunstzinnige’ voorwerp waarvoor geen markt bestaat helemaal geen kunst is. Het is kitsch;  datgene dat door een overgrote meerderheid als lelijk of smakeloos wordt gezien. Geen markt of een hele kleine markt wil zeggen dat een heel groot deel van de mensen het niet wil. En bij een kunstzinnig voorwerp kan dat alleen maar zijn omdat het niet mooi gevonden wordt.

Kunst is geen kunst en kitsch is geen kitsch, omdat dat nu eenmaal zo is of omdat de zogenaamde kenners zeggen dat dat zo is. Kunst is kunst omdat kunst veel meer waard is dan kitsch. Deze waarde wordt bepaald door het feit dat mensen bereid zijn veel meer te betalen voor datgene dat zij zien als kunst. Alleen al hierom zou de overheid zich moeten afhouden van subsidies op kunst, omdat de kunstsector makkelijk op haar eigen benen kan staan.

Bij kunst en cultuur gaat het om ideeën en gevoelens. Een mooi schilderij, een romantische film, een satirische tekening, een komisch boek, allen roepen ze andere emoties op en deze emoties zijn bij iedereen verschillend. De een kan het schilderij wel mooi vinden en de ander niet, en de een kan wel lachen bij een boek en de ander niet. De waarde van deze kunstzinnige objecten wordt bepaald door hoezeer mensen deze objecten waarderen; ze als kunst zien. Wanneer een overheid een talent bijstaat die iets maakt dat door anderen als kunst wordt gezien, dan kan dit talent makkelijk op zijn eigen benen staan. Wanneer een overheid een talent bijstaat die iets maakt dat door anderen als kitsch wordt gezien, dan is er geen markt voor, wat het onzinnig maakt om dit ‘talent’ überhaupt te ondersteunen. Het is niet de taak van de overheid om kunst of cultuur te subsidiëren, omdat mensen zelf heel goed beslissen wat zij kunst vinden en wat niet.

Pim Pauwels is student sociologie aan de Erasmus Universiteit en vaste columnist voor GaleBoetticher.com. Bekijk een overzicht van zijn artikelen op deanderekoek.nl.

Klimaatgoeroe stapt op na beschuldigingen van seksuele intimidatie

Rajendra Pachauri stapt op als hoofd van het Intergovernmental Panel on Climate Change, de VN-organisatie die wordt gezien als het leidende instituut in de wereld van het klimaatalarmisme. Hij treedt af nadat er een aanklacht tegen hem is verschenen over seksuele intimidatie. 

image
Binnenkort achter de tralies?

Een 29-jarige werkneemster van het Energy and Resources Institute – waar Pachauri ook werkzaam is – heeft de goeroe aangeklaagd voor seksuele intimidatie. Hij zou haar lastiggevallen hebben met intieme berichtjes en ongewilde toenaderingen.

Pachauri is nog niet veroordeeld, maar aangezien de rechtzaak een hoop van zijn tijd kost en zijn imago behoorlijk beschadigd is denkt hij niet langer zijn zijn functie als hoofd van het IPCC goed te kunnen uitvoeren. Wie hem gaat opvolgen is nog niet bekend.

Bron: targetliberty.com

Liechtenstein: een voorbeeld voor Nederland

Jasper de Groot schrijft in de Liechtensteinse krant Wirtschaft Regional waarom het ministaatje een voorbeeld zou moeten zijn voor Nederland:

Na het schrijven van diverse artikelen over Liechtenstein en mijn bachelorscriptie over de Verfassungsstreit, ben ik door de Nederlandse Libertarische Partij (een politieke partij die maximale persoonlijke- en economische vrijheid nastreeft) gevraagd om een lezing te geven over de mate van vrijheid in Liechtenstein met de titel “Is Liechtenstein het meest vrije land ter wereld?”. Inmiddels staan meerdere vervolglezingen door heel het land op het programma. De fascinatie voor het land groeit want het (met name economische) succes is niet onopgemerkt gebleven.

image

Dat economische succes is uiteindelijk te danken aan de hoge mate van economische vrijheid. Waar vele landen na de Tweede Wereldoorlog grote staatsinvesteringen deden in de industrie en in feite planeconomieën hadden, kreeg de Liechtensteinse industrie geen subsidie, maar ook niet te maken met import- en exportheffingen. Gecombineerd met lage belastingen kreeg Liechtenstein een uitstekend ondernemings- en investeringsklimaat waardoor het tot een van de rijkste landen van de wereld kon uitgroeien. Het Liechtensteinse model van vrijhandel, spaarzaamheid en lage belastingen verslaat de geleide economie al decennia lang. Het blijft me verbazen hoezeer de Duitse industrie internationaal wordt opgehemeld terwijl Liechtenstein, met een succesvollere industrie- en exporteconomie, grotendeels wordt genegeerd.

Zaken die wat minder bekend zijn in de rest van de wereld zijn een aantal van de persoonlijke vrijheden die Liechtenstein zo bijzonder maken. Een belangrijk recht dat maar op weinig plaatsen in de wereld in de grondwet staat is het recht op secessie. Dat in Liechtenstein iedere gemeenschap zich kan afscheiden, is een belangrijke vorm van vrijheid die direct garandeert dat het volk soeverein blijft en de overheid zijn macht niet kan misbruiken.

De democratisering van de monarchie is ook zo’n zeldzaamheid. Dat in Liechtenstein de macht van de Vorst gelegitimeerd wordt door het volk en de directe democratie in plaats van op basis van religieuze motieven, verdient navolging in de andere Europese monarchieën.

Deze laatste twee punten vormen manieren waarop de bevolking direct kan ingrijpen bij machtsmisbruik. In de meeste Westerse landen ligt de controle op de overheid bij het parlement, in Liechtenstein primair direct bij het volk, dat maakt het land al zoveel vrijer en democratischer dan waar dan ook ter wereld.

In mijn optiek zijn er twee belangrijke oorzaken voor deze hoge mate van vrijheid; het feit dat Liechtenstein een klein land is en de vorstenfamilie. Wat opvalt is dat kleine landen vaak een relatief vrij beleid voeren, vooral op economisch gebied. Kijk naar Hong Kong, naar Monaco, naar Singapore, enzovoorts. Dat komt omdat kleine landen wel moeten. Grote landen kunnen door hun grotere interne afzetmarkt nog wel wat aanmodderen, kleine staten kunnen zich dat niet veroorloven: Het is zwemmen of verdrinken. Kleine staten kunnen ook niet zo’n groot staatsapparaat opbouwen als grote staten. Dat daardoor de staat zich minder kan bemoeien met de bevolking en met de economie komt die alleen maar ten goede.

Maar ook het Vorstenhuis speelt een niet te onderschatten grote rol. Geen enkel Europees staatshoofd promoot zo enthousiast de liberale waarden als Vorst Hans-Adam II en Prins Regent Alois doen. In binnen- en buitenland inspireren zij velen in hun lezingen en in het geval van de Vorst met zijn boek. Met name wat betreft het recht op secessie dat dankzij Vorst Hans-Adam weer op de kaart staat. Mijn persoonlijke interesse in Liechtenstein begon dan ook door Vorst Hans-Adam II en zijn ideeën.

Maar er zijn helaas ook kritiekpunten waardoor de titel van de lezing met een vraagteken eindigde. Er is nog een lange weg te gaan wat betreft bepaalde persoonlijke vrijheden. Bijvoorbeeld het repressieve drugsbeleid, de verzorgingsstaat en de nog altijd niet bewerkstelligde scheiding tussen kerk en staat. Maar ondanks deze punten is Liechtenstein in algemene zin zeker een van de meest vrije landen ter wereld, hoewel het natuurlijk altijd beter kan.

Het is dan ook jammer dat Liechtenstein intussen in de Nederlandse media totaal verkeerd wordt neergezet. Liechtenstein wordt regelmatig beschreven als een land met aan absolute monarchie (bizar voor het land met de enige democratisch gelegitimeerde monarch in de wereld) of als een op de rest van Europa parasiterend belastingparadijs, met name door linkse activisten en journalisten. Het zijn juist die vooroordelen die ik in Nederland weg wil nemen en waarom ik zoveel over het land ben gaan schrijven en lezingen geef. Want dergelijke vooroordelen zijn nergens op gebaseerd en ze zullen plaats moeten maken voor het werkelijke verhaal van Liechtenstein. Het verhaal van een meest succesvolle en vrije staten in de wereld, een land waar vele staten een voorbeeld aan zouden moeten nemen, Nederland voorop.

De opkomst van de robots

Robots worden steeds geavanceerder. Wat twintig jaar geleden nog fantasie leek is nu de werkelijkheid. Dat biedt fantastische mogelijkheden om ons dagelijkse leven veel makkelijker te maken, maar er is ook een keerzijde.

Bekijk eerst eens de volgende video om te zien hoe ver de ontwikkeling van robots al is. Het Amerikaanse bedrijf Boston Dynamics heeft een robothond ontwikkeld (Spot), en het is ongelooflijk wat dat ding allemaal kan.

Robots kunnen ook ingezet worden voor nuttigere doeleinden. Zo is webwinkel Amazon bezig met het inzetten van drones om pakketjes te bezorgen. Klanten kunnen daardoor een stuk sneller het gekochte product in huis hebben.

En denk aan wat robots allemaal zouden kunnen doen om oudere mensen te helpen. Zij zouden een groot deel van de huishoudelijke taken over kunnen nemen, zodat een overstap naar het verzorgingstehuis veel minder snel nodig is. Dat scheelt een hoop geld en stress.

Er is echter ook een keerzijde aan dit potentiële succes. In de verkeerde handen kunnen robots juist enorm veel schade aanrichten. En dat is precies wat er dreigt te gebeuren.

image
Klik op de grafiek voor een uitvergroting.

Bijna de helft van alle geproduceerde robots gaat jaarlijks naar legers en andere aan defensie gerelateerde instellingen. Zij kunnen van de drones gebruikmaken om oorlogvoering goedkoper en gemakkelijker te maken.

Op kleine schaal gebeurt dit al in landen als Pakistan en Jemen, waar drones het leven van veelal onschuldige burgers in gevaar brengen. Het is echter wachten totdat in de toekomst de eerste robots op de markt komen die hetzelfde kunnen als echte soldaten. Hele landen kunnen dan veroverd worden zonder mensen op de grond in te zetten.

Robots kunnen daardoor de politieke elite nog veel meer macht geven. Zij hebben niet langer de toestemming van gewone soldaten nodig om allerlei oorlogen te voeren. Bovendien zal het publiek zich eerder achter oorlogen scharen, aangezien de kans op doden aan eigen zijde veel kleiner is.

De robotsoldaten kunnen echter niet alleen in het buitenland ingezet worden. Ook voor het binnenland zijn er ‘goede’ mogelijkheden. Wat als er politieke onrust ontstaat en de elite denkt dat hun macht in gevaar komt? Robots op de demonstranten afsturen is dan een stuk makkelijker dan aan soldaten vragen om op de bevolking te schieten.

De ontwikkeling van robots biedt fantastische mogelijkheden, maar we moeten ook goed opletten dat er niet door overheden misbruik van wordt gemaakt. Anders zou het zomaar kunnen dat we ons over enkele decennia in een dictatuur bevinden waar het voor burgers onmogelijk is geworden om de machthebbers opzij te schuiven.

Met dank aan Chris Rossini van targetliberty.com.