De Jordaanse koning is een hypocriete poseur

“Elke man die ik daar zie zal ik doden. Elke hoerenzoon die me beschiet maak ik af, en niet alleen hem, maar ook zijn vrouw en al z’n vrienden, waarna ik zijn huis platbrand.”

Met het bovenstaande citaat reageerde koning Abdullah II van Jordanië op het nieuws dat de Islamitische Staat een gegijzelde Jordaanse piloot in brand heeft gestoken en daar vervolgens een film over gemaakt heeft.

Daarna liet Abdullah zijn pr-afdeling de volgende foto de wereld insturen:

image

Met het citaat en de foto suggereert de Jordaanse koning dat hij de jihadisten persoonlijk gaat bestrijden. Daarmee toont Abdullah zich vooral een hypocriete poseur, want hij is zelf medeverantwoordelijk voor de opkomst van de Islamitische Staat.

Jordanië heeft een belangrijke rol gespeeld in het organiseren van de opstand tegen president Assad. In Jordaanse kampen zijn duizenden rebellen getraind om tegen het Syrische regeringsleger te vechten. En één van hun commandocentra bevindt zich ook in het land van Koning Abdullah.

Jordanië is kortom erg belangrijk geweest voor de westerse operatie om de Syrische president Assad omver te werpen. De opstand tegen het Syrische regime was namelijk niet authentiek, maar een interventie van buitenaf. Uit een eerder artikel van deze auteur:

De opstand tegen het Syrische regime is volledig vanuit het westen georganiseerd. Twee jaar voor het begin van de opstand werd deze al gepland. De voormalige Franse minister van Buitenlandse Zaken, Roland Dumas, zei in een interview:

‘Ik was in Engeland twee jaar vóór de opstand in Syrië voor andere zaken. Ik had een ontmoeting met hoge Britse ambtenaren, die mij vertelden dat ze iets planden in Syrië.’

Hij liet geen onduidelijkheid bestaan over wat dat ‘iets’ precies was:

‘Groot-Brittanië organiseerde een invasie van rebellen in Syrië.’

Dumas zei ook:

‘De operatie gaat ver terug in de tijd. Deze was voorbereid, vooropgezet en gepland.’

Vervolgens hebben de Verenigde Staten, Groot-Brittanië, Saudi-Arabië, Turkije, Jordanië en andere bondgenoten de rebellen onder andere gesteund met grote wapenleveranties:

Duizenden tonnen aan wapens, waaronder granaatwerpers en M79 anti-tankwapens, zijn de afgelopen jaren naar de Syrische rebellen gestuurd. De Britse krant The Daily Telegraph meldt op basis van berichten uit de Kroatische media dat:

“… 3000 ton aan wapens, geproduceerd in het voormalige Joegoslavië, is in 75 vliegtuigladingen vanaf het vliegveld van Zagreb [de hoofdstad van Kroatië, GB] naar de rebellen getransporteerd, grotendeels via Jordanië.”

Het artikel is duidelijk over de opdrachtgevers:

“De transporten werden naar verluidt betaald door Saudi-Arabië, op verzoek van de Verenigde Staten.’’

Opvallend verder is dat volgens The Daily Telegraph ook wapens uit andere Europese landen zijn geleverd. Het is niet duidelijk uit welke landen, maar het is dus zeker niet uitgesloten dat ook Nederland erbij betrokken was. Wat volgens de krant wel duidelijk is, is dat:

“Het van Britse militaire adviseurs bekend is dat ze opereren in landen grenzend aan Syrië, waar ze samen met Fransen en Amerikanen training geven aan rebellenleiders en voormalige Syrische legerofficieren.”

De wapenleveranties worden bevestigd door de New York Times:

“Met hulp van de CIA hebben Arabische staten en Turkije hun militaire hulp aan de Syrische rebellen sterk verhoogd in de laatste maanden”

De krant spreekt daarbij zelfs over grotere aantallen dan de Daily Telegraph:

“De luchtbrug […] breidde zich afgelopen jaar uit tot een voortdurende en steeds groter wordende stroom, zo laten de data zien. Het is uitgegroeid tot onder andere meer dan 160 militaire vrachtvluchten door Jordaanse, Saudische en Qatarese vrachtvliegtuigen, die landen op Esenboga Airport in de buurt van Ankara, en in mindere mate ook op andere Turkse en Jordaanse vliegvelden.”

De Jordaanse regering heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de opstand tegen het Syrische regime. De burgeroorlog die volgde creëerde vervolgens de ideale omstandigheden voor de opkomst van de Islamitische Staat.

Vóór de buitenlandse inmenging in Syrië waren er nauwelijks jihadistische groeperingen van enige betekenis in het land. Nu is het echter een paradijs voor terroristen geworden. De New York Times schreef:

De door rebellen gecontroleerde gebieden in Syrië zijn bezaaid met Islamitische rechtbanken […] en door extremisten gecontroleerde militia’s. Zelfs de Syrische Nationale Raad, de overkoepelende organisatie waarvan het westen dacht dat het de radicale groepen op een zijspoor zou zetten, zit vol met commandanten die de sharia onderdeel willen maken van een toekomstige Syrische overheid.”

En de creatie van de Islamitische Staat was ook geen ongeluk, het was onderdeel van de strategie:

De steun aan jihadistische groeperingen is geen ongeluk, maar onderdeel van een militaire strategie tegen Iran. Dat land is al sinds de revolutie in 1979 een struikelblok voor Amerikaans-Israëlische hegemonie in het Midden-Oosten, en er wordt dan ook alles aan gedaan om haar regime te ondermijnen. In samenwerking met de Golfstaten, die om historische redenen al langer een hekel hebben aan Iran, wordt geprobeerd dat land te isoleren. Eén van Iran’s belangrijkste bondgenoten is het Syrische regime, en dat is precies waar de door het westen gesteunde jihadisten nu tegen vechten

Bovenstaande strategie is zeven jaar geleden onthuld door journalist Seymour Hersh in The New Yorker. Hersh is ook degene die het My Lai-schandaal onthulde in 1969, en daarvoor de prestigieuze Pulitzerprijs voor de journalistiek heeft gewonnen. Daarnaast heeft hij de mishandelingen in de Abu Graibh-gevangenis onder de aandacht gebracht. Zijn onthulling van de Amerikaanse strategie tegen Iran verdient echter minstens net zoveel aandacht, omdat het verklaart wat er nu gebeurt in Syrië.

Hij schreef:

“In de laatste maanden, terwijl de situatie in Irak verslechterde, heeft de Bush-regering, in zowel haar publieke diplomatie als in haar ondergrondse operaties, de focus in haar Midden-Oostenbeleid verlegd. De ‘redirection’, zoals sommigen in het Witte Huis de nieuwe strategie genoemd hebben, heeft de Verenigde Staten dichter bij een open confrontatie met Iran gebracht, en, in sommige delen van de regio, geleid tot een zich verder verspreidend conflict tussen sjiietische en soennitische moslims.”

Om Iran te ondermijnen, heeft de Amerikaanse regering:

“… in Libanon samengewerkt met de Saudi-Arabische staat in clandestiene operaties die bedoeld zijn om Hezbollah, de door Iran gesteunde sjiietische organisatie, te verzwakken. De Verenigde Staten hebben ook deelgenomen in clandestiene operaties gericht op Iran en haar bondgenoot Syrië. Een bijproduct van deze activiteiten is het versterken van soennitische extremistische groeperingen die een militante visie op de Islam tentoonspreiden en vijandig zijn tegen Amerika en sympathie koesteren voor Al Qaeda.

Het steunen van jihadisten is dus een direct onderdeel van de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek. Het verklaart waarom de Verenigde Staten en haar bondgenoten wapens bleven leveren aan de Syrische rebellen, terwijl ze wisten dat er van serieuze seculiere oppositie geen sprake was.

Bij het bewapenen van de jihadisten hebben de Verenigde Staten nauw samengewerkt met Saudi-Arabië, zoals blijkt uit de artikelen van The Daily Telegraph en The New York Times. De banden tussen de Syrische jihadisten en het Arabische koninkrijk gaan echter nog verder, zo schrijft Hersh:

“… Bandar [de voormalige nationale veiligheidsadviseur van Saudi-Arabië, GB] en andere Saudi’s hebben het Witte Huis verzekerd dat ‘ze de religieuze fundamentalisten nauwlettend in de gaten zullen houden. Hun boodschap aan ons was: ‘wij hebben deze beweging gecreëerd, en we kunnen haar controleren.’ Het is niet zo dat we niet willen dat Salafisten bommen gooien; het gaat om naar wie ze die gooien – Hezbollah, Moqtada al-Sadr, Iran, en op de Syriërs, als zij blijven samenwerken met Hezbollah en Iran.”

De steun van Saudi-Arabië aan jihadisten werd later nog eens bevestigd in een Wikileaks-onthulling. Zoals Sir Richard Dearlove, voormalig hoofd van MI6, al zei over de opkomst van de Islamitische Staat en andere jihadistische groeperingen:

“Zulke dingen gebeuren simpelweg niet spontaan.’’

Koning Abdullah II is met zijn regime één van de belangrijkste spelers geweest in het uitvoeren van het bovenstaande plan. Het is dan ook gerechtvaardigd om te zeggen dat hij medeverantwoordelijk is voor de opkomst van de Islamitische Staat.

Abdullah’s ferme taal na de verbranding van de Jordaanse piloot is op zijn minst hypocriet. In plaats van zich te presenteren als grootse bestrijder van de Islamitische Staat, zou hij zich moeten verantwoorden voor het beleid dat heeft bijgedragen aan de opkomst van de groepering.

De lof die Abdullah nu krijgt voor zijn stevige reactie en Clint Eastwood-teksten is onterecht. De Jordaanse koning is een hypocriete poseur met bloed aan zijn handen.

Advertenties

One thought on “De Jordaanse koning is een hypocriete poseur”

  1. “Elke man die ik daar zie zal ik doden”

    Een psychopaat. Gevaar voor de samenleving.
    ’t is een groeiend probleem dat Koningen boven de wet staan.

    Lintenknippen, en verder moeten ze zich niet met publiciteit en politiek bemoeien. Een garantie voor nationale souvereiniteit zijn Koningen al lang niet meer. Integendeel.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s