Overheid en alcoholwetten gaan niet samen

Door Pim Pauwels

Sinds de Drank- en Horecawet in 1964 werd ingevoerd, is deze door de jaren heen alleen maar aangescherpt. Op dit moment is het bij de wet verboden om aan personen onder de 18 jaar alcohol te verkopen en is het voor deze personen bovendien verboden om alcoholische drank bij zich te hebben. Deze maatregelen zijn bedoeld om het alcoholverbruik onder jongeren te verminderen en zijn grotendeels het gevolg van steeds meer zorgwekkende berichten over alcoholmisbruik onder jongeren. Echter zullen jongeren nu alcohol blijven misbruiken. Een probleem als deze los je niet op door middel van regelgeving, maar door de sociale norm in het land te veranderen. Een leeftijdsverbod op alcohol moet daarom niet langer in stand gehouden worden. De oplossing moet namelijk vanuit de samenleving zelf komen.

Het is voor gemeenten onmogelijk om de huidige Drank- en Horecawet na te leven en te controleren. Het gemeentelijke beleid is nog niet rond, er zijn nog geen vaste afspraken gemaakt en er is überhaupt niet genoeg gemeentegeld om de horeca en supermarkten te controleren. Maar zelfs als de huidige regelgeving compleet nageleefd wordt, heeft een overheid niet het recht om te bepalen wat iemand wel of niet mag consumeren. Ook al is het in de huidige wetgeving niet letterlijk strafbaar om als minderjarige alcohol in te nemen, toch bepaalt de staat indirect wat een minderjarige wel en niet mag nuttigen. Het wordt voor minderjarigen namelijk moeilijker gemaakt om de door de overheid betitelde slechte dingen te consumeren. Er zijn echter meer ‘slechte dingen’ die minderjarigen verbruiken. Naast alcohol zorgt bijvoorbeeld ook junkfood voor problemen bij jongeren. Zo maakt junkfood kinderen dik, verlaagt het het IQ van een kind en zorgt het voor andere mentale problemen. Niet alleen de gevolgen, maar ook de oorzaken van het consumeren van junkfood komen redelijk overeen met de oorzaken van alcoholconsumptie. Zo blijkt dat hoe armer en lager opgeleid de omgeving is waar men opgroeit, hoe meer junkfood en hoe eerder alcohol geconsumeerd wordt. Toch is een verbod op alcohol sociaal meer geaccepteerd dan een verbod op junkfood. Dat blijkt wel uit het feit dat een verbod op junkfood nog nooit geopperd is. Een leeftijdsverbod voor alcoholconsumptie is dus om te beginnen niet consequent.

Daarnaast ligt de keuze en de verantwoordelijkheid van het nuttigen van alcohol bij ouders, winkels en de horeca. Dat de overheid nu ingrijpt, komt omdat sommige ouders hun verantwoordelijkheid niet (kunnen) nemen. Als zij dat niet doen op het gebied van alcohol, dan doen zij dat op andere vlakken ook niet. Kinderen die dat willen vinden altijd wel iets om mee te experimenteren. Is het niet alcohol dan is het wel iets anders. Een verbod op alcoholconsumptie voor minderjarigen zal de problemen daarom niet oplossen, maar enkel verplaatsen. Beter is het om iets te doen aan de ouders van deze kinderen dan aan de kinderen zelf. Bovendien is het verbod zoals die nu bestaat een typisch geval van discriminatie op basis van leeftijd. Volgens de overheid kunnen alle personen onder de achttien jaar niet de keuze maken om alcohol te kopen, dus doet de overheid dat voor hen.

Er zijn nog meer redenen waarom de huidige wetgeving onzinnig is. De wet zoals die nu is, bereikt namelijk niet de gewenste doelgroep. De minderjarigen die verstandig om kunnen gaan met alcohol worden de dupe van de minderjarigen die dit niet kunnen. Deze laatste, kleinere groep is de oorzaak voor de verscherping van de wet, omdat zij degenen zijn die alcohol misbruiken. Dit misbruiken kunnen zij echter nog steeds doen, omdat ze toch wel aan drank kunnen komen. Ze gaan de grens over om alcohol te halen, krijgen of kopen het van mensen die wel legaal aan alcoholische drank kunnen komen of gaan in het buitenland op vakantie waar de regels omtrent alcoholgebruik soepeler zijn en/of minder goed worden nageleefd.

Experimenteren hoort bij het kind zijn en is zelfs noodzakelijk. Echter wordt het steeds moeilijker om te leren omgaan met drank, omdat je er pas op steeds latere leeftijd mee in aanraking mag komen. Ja, op vroegere leeftijd in aanraking komen met drank kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Maar van gevaarlijke situaties leer je; daar word je volwassen van. Door het experimenteren met drank pas op latere leeftijd toe te staan creëer je overigens ook riskante situaties. Op je achttiende levensjaar draag je namelijk meer verantwoordelijkheden dan op jongere leeftijd. Een achttienjarige mag bijvoorbeeld autorijden, terwijl een zestienjarige dat niet mag. Bovendien is deze wet naast discriminatie ook een typisch voorbeeld van betutteling. Steeds meer wegen die naar het volwassen worden leiden, worden afgezet, waarmee de overheid de ontwikkeling van persoonlijkheden in de weg staat.

Door een minimumleeftijd voor drank in te stellen zal alcoholverbruik in zijn algemeenheid afnemen onder jongeren, maar de jeugd die toch drinkt zal dat in extremere mate doen. Het probleem van alcoholmisbruik wordt dus niet opgelost, maar juist buitensporiger. Dat komt omdat jongeren door een verbod veel minder vaak de kans hebben om te drinken. Zij zullen dus op de momenten dat drinken kan meer drinken, ook omdat zij nooit de kans hebben gekregen om in het drinken te kunnen ‘groeien’ en dus de gevolgen van buitensporig drankgebruik niet kennen. Bovendien belanden jongeren die nu willen drinken in het ‘grijze circuit‘. Zij gaan niet meer naar cafés of clubs, maar naar illegale keten waar geen toezicht is op het alcoholverbruik. Juist hier vindt veel alcoholintoxicatie plaats. Dit wordt bevestigd door het aantal comazuipers dat ondanks de hogere minimumleeftijd stijgt.

Een groot deel van de slachtoffers van alcoholintoxicatie is onder de 16 jaar. Zij zouden sowieso al geen alcohol mogen kopen. Waarom zouden nieuwe maatregelen dan wel werken? Het fenomeen comazuipen bestaat nu eenmaal en zal altijd blijven bestaan. Comazuipers kwamen voor toen de minimumleeftijd nog op zestien jaar stond, komen met de huidige wetgeving voor, en komen ook in de VS voor waar de minimumleeftijd op 21 staat. Tegen comazuipen is geen wet op gewassen. Comazuipen is een sociaal feit. Het is goed om de gehele wetgeving omtrent alcohol af te schaffen, omdat de problemen dan beter te overzien zijn. Zodoende kunnen effectievere oplossingen tegen alcoholmisbruik aangedragen worden.

Een heel belangrijk psychologisch effect van alcoholwetgeving is dat de overheid hiermee een onverschillige houding creëert in de samenleving. Ouders, winkelketens en de horeca denken dat de overheid drankproblemen onder jeugd op zal lossen met wetten. Dat kan de overheid echter niet. Zoals ik hiervoor heb aangegeven wordt de huidige wet bij lange na niet nageleefd, zowel door de overheid als door de jeugd niet. Het lijkt voor ouders en bedrijven alsof met de huidige wetgeving een stuk verantwoordelijkheid is weggenomen, maar dat is niet zo. De huidige wet zorgt niet voor een cultuuromslag in de samenleving, terwijl dat juist de beste remedie is tegen het drankprobleem onder de Nederlandse jeugd. Om voor deze cultuuromslag te zorgen, moeten we niet met nieuwe wetten of maatregelen komen, maar ervoor zorgen dat de sociale norm in het land verandert. Dat doe je niet door middel van regelgeving.

Het punt met wetten omtrent alcohol is dat deze zich richten op de aanbodkant van het probleem, terwijl er gekeken moet worden naar de vraagkant. Uiteindelijk ontstaan de problemen omdat jongeren teveel alcohol nuttigen, niet omdat winkels of horecagelegenheden hen alcohol verkopen. Het is daarom effectiever om maatregelen te nemen die de vraag naar alcohol onder jongeren verlagen. Deze maatregelen moeten bovendien vanuit de samenleving zelf komen en niet vanuit een overheid. Uit de punten hierboven blijkt wel dat de maatregelen van de overheid niet het gewenste effect hebben. Daarnaast moeten we om de problemen op te lossen overzicht hebben van de jongeren die alcohol misbruiken. In geval van regelgeving is dit overzicht er niet. De huidige drankproblemen onder jongeren zullen pas verdwijnen wanneer de sfeer rondom de alcoholische drank verandert. Dat bereik je niet met regelgeving.

Pim Pauwels is student sociologie aan de Erasmus Universiteit en vaste columnist voor GaleBoetticher.com. Bekijk een overzicht van zijn artikelen op deanderekoek.nl.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s